• Martial Arts sportkamp 2 tem 4 november
  • Asahi cup kata 26 november

Shinkyokushin Karate

Geschiedenis karate en ontstaan 

Shinkyokushin Karate bestaat sinds 2003, en is ontstaan vanuit het Kyokushin Karate. Het full-contact Kyokushin karate is op zijn beurt, sinds 1953, weer een afgeleide van de traditionele karate stijlen.

Het gaat te ver om te stellen dat het ongewapende vechten is ontstaan in Japan, maar de huidige etiquette, benamingen van technieken en kleding zijn wel uit Japan afkomstig. De wortels van het huidige karate zijn te herleiden naar Chinese Shaolin monniken die zich bekwaamden in Kempo om zich tijdens hun reizen te kunnen verdedigen. Tijdens deze reizen deden zij ook de zuid Japanse Ryukyu eilanden aan, het tegenwoordige Okinawa en van daaruit verspreidde karate zich over Japan.
Oorspronkelijk betekende "karate" 'Techniek van de Chinese Hand' maar door een kleine aanpassing in de caligrafie is dit verbasterd tot 'Techniek van de Lege Hand', duidend op de ongewapende manier - met lege handen - van vechten.

Begin jaren 1900 was het in Japan, op last van de keizer, verboden om wapens bij zich te dragen. Dit is één van de redenen dat het Japanse volk zich bekwaamde in methodes van ongewapend vechten en verdedigen, waarvan Judo, Jui Jitsu en Karate de bekendste vormen zijn.

Jigori Kano, de grondlegger van het Judo, ontwikkelde een lessysteem waarbij Judo aan grotere groepen op klassikale wijze gedoceerd en getraind kon worden, inclusief het bekende bandensysteem. Op dit lessysteem baseerde Gichin Funakoshi in de jaren 1920 het Shotokan Karate, waarmee Funakoshi als de grondlegger van het moderne karate gezien mag worden. Bijna 100 jaar later is aan dit systeem van Kihon, Kata en Kumite in de basis niets veranderd. Vanuit het Shotokan systeem zijn vele karate systemen en stijlen afgeleid, zoals bijvoorbeeld: Shukokai, Wado Ryu, Goju ryu, Shotokai en Kyokushin.

De grondlegger van het Kyokushin Karate is Masutatsu (Mas) Oyama. De Koreaan Oyama kwam al jong in aanraking met diverse vechtsporten en vertrok als 15 jarige jongen naar Japan voor een opleiding als (gevechts)piloot. In Japan bekwaamde hij zich verder in diverse vechtstijlen totdat hij in 1938 gegrepen werd door karate en ging trainen in de dojo van Funakoshi.

Na 2 perioden van afzondering in de Japanse bergen, om zich mentaal en fysiek te verbeteren in het karate, startte Oyama in 1953 zijn eigen dojo. In deze dojo werd het Kumite (vechten) serieus beoefend, in tegenstelling tot de scholen van Funakoshi die meende dat het voldoende was om alleen kata's te beoefenen om jezelf te effectief te kunnen verdedigen. Vanuit dit verschil ontwikkelde Oyama zijn eigen karate-stijl, het 'Kyokushin Karate' wat zich wereldwijd verspreidde tot één van de grootste gevechtskunt-organisaties ter wereld.

Na de dood van Oyama in 1994 ontstaan er meningsverschillen over zijn nalatenschap en valt het wereldwijde IKO bolwerk uitéén. Aanvankelijk in 2 grote groepen; IKO1 met Matsui als voorzitter en IKO2 met Midori. In de jaren daarna ontstaan er nog meer grotere en kleinere IKO organisaties. Om zich in dit woud van IKO's te onderscheiden introduceert de groep van Midori in 2003 het Shinkyokushin karate. De voorvoeging "Shin" impliceert 'Nieuw', duidend op de nieuwe weg die het Kyokushin karate is ingeslagen en de nieuwe democratiche manier van besturen van een wereld organisatie.

In Belgie sluiten, na de dood van Oyama, shihan Michel Martin  zich aan bij de WKO groep van Kenji Midori. In 2003 resulteert dit in de officiële oprichting van de BSKO.

De grondlegger van het Kyokushin Karate, Mas oyama

Masutatsu Oyama  (Korea, 27 juli 1923 - Tokio, 26 april 1994) was een karatemeester die de grondlegger is van het Kyokushin karate, waarschijnlijk de eerste en meest invloedrijke vorm van het full contact karate. Masutatsu (Mas) Oyama is geboren als Yong I-Choi  in een dorp niet ver van Gunsan in Zuid-Korea. Op vrij jonge leeftijd werd hij naar Mantsjoerije gestuurd om te wonen op de boerderij van zijn zus. Op negenjarige leeftijd startte hij met het trainen van de Zuid-Chinese vorm van Kempo, genaamd 'Achttien handen' van een zekere Mr. Yi, die toentertijd werkte op de boerderij. Toen Oyama terugkeerde naar Korea op twaalfjarige leeftijd, vervolgde hij zijn training in Koreaans Kempo. In 1938, op vijftienjarige leeftijd, reisde hij naar Japan om te trainen als een vliegenier (piloot), om te zijn wat hij altijd al wilde, Korea's eerste gevechtspiloot. Overleven op zichzelf op die leeftijd bewees lastiger te zijn dan hij dacht, vooral als Koreaan in Japan, en zijn interesse in de pilotentraining zakte langzaam af.

 

Gichin Funakoshi: In Japan vervolgde hij zijn Martial Arts training, door deel te nemen aan Judo en Boksen. Op een dag ontmoette hij een paar studenten die bezig waren met het beoefenen van Okinawaans karate. Hij raakte hier zo door geïnteresseerd, dat hij ging trainen in de dojo van Gichin Funakoshi in de Takoshoku Universiteit.

De vooruitgang van zijn training was zo goed dat hij op zeventienjarige leeftijd slaagde voor de 2e Dan. Op twintigjarige leeftijd treedde hij in bij het Japanse Keizerlijke Leger, hij was nu een 4e Dan. Op dit punt kreeg hij ook serieuze interesse in Judo, en zijn vooruitgang was net zo excellent. Met de tijd is hij gestopt in het trainen van Judo.

 

So Nei Chu: Het verlies van Japan en het gebrek aan arbeid werd Mas Oyama teveel, die bijna wanhopig was. Gelukkig voor hem kwam So Nei Chu in zijn leven. Meester So, een mede-Koreaan (uit Oyama's eigen provincie) woonde ook in Japan, en was de hoogste autoriteit betreft het Goju Ryuin Japan. Hij was wel bekend om zijn fysieke en spirituele kracht. Het was hij die Oyama heeft aangemoedigd om zijn leven aan de Martial Arts te wijden. Ook was hij degene die Oyama heeft aangeraden om de wereld voor drie jaar achter zich te laten, waarin hij zijn geest en lichaam trainde.

 

De Bergtraining: Toen Mas Oyama 23 jaar oud was ging hij met Eiji Yoshikawa, de auteur van het boek 'Musashi' of waarschijnlijk 'Go Rin No Sho', het boek dat gebaseerd is op het leven van Japans bekendste samoerai 'Miyamoto Musashi'. Zowel het boek als de auteur hielp Oyama om te leren over de Bushido-code en wat het eigenlijk in hield. In dat zelfde jaar, ging Oyama naar de berg Minobu gelegen in het Chiba prefectuur, dit was de plaats waar Musashi zijn Nito-Ryu stijl van zwaardvechten heeft ontwikkeld. Oyama dacht dat dit de geschikte plaats was om de training te volgen die hij voor zichzelf had gepland. Onder de dingen die hij had meegenomen, had hij een kopie van Yoshikawa's boek. Een student genaamd Yashiro ging ook met Oyama mee.

De eenzaamheid speelde een grote rol, en na 6 maanden is Yoshiro 's nachts stiekem gevlucht. Nu werd het nog moeilijker voor Oyama, die meer dan ooit tevoren naar de beschaving terug wou keren. So Nei Chu schreef hem een brief waarin hij Oyama aanraadde een wenkbrauw af te scheren om van de drang af te komen. Oyama wist zeker dat hij niet wou dat iemand hem op die manier zag. Dit en alles haalde Oyama over de berg training voort te zetten, en hij slaagde erin de sterkste karateka van Japan te worden.

Master your mind

Beheers je geest!  We streven voortdurend naar de krachtigste krijgskunst, karate. Dit is hoe shinkyokushinkai is ontstaan. Door onze geest te beheersen, dragen we bij aan wereldvrede. Het symbool van Shinkyokushinkai is ontworpen om op onze geest te lijken. Het oorspronkelijke idee van shinkyokushinkai wordt uitgedrukt in dit diepste geheim; "Je leert de basis na duizend dagen training. Je geest beheerst je na tienduizend dagen". Ons symbool vertegenwoordigt ook de integratie van "geest, vaardigheid en lichaam", wat absoluut noodzakelijk is om de geest van vechtsporten te voeden.

 

Het Uiterste: Karate is een vechtsport.. Als je wilt leren vechten moet je dat leren dóór te vechten. Met andere woorden, wie wil leren zwemmen, moet écht het water in. Mas Oyama (zie levensverhaal Mas Oyama) zag het begrip “vechten” erg breed. Vechten kan je ook om iets te bereiken, een baan, een diploma, enz. Het komt er vooral op neer dat er sprake moet zijn van volharding en doorzettings­vermogen. De discipline om de juiste weg te blijven bewandelen, zelfs bij grote tegenslagen. Het bewandelen van het “Kyokushinpad” is een moeilijke, harde en vooral confronterende weg. Het grootste gevecht lever je achteraf gezien tegen jezelf. Vandaag overwin je wat je gisteren was en morgen overwin je wat je vandaag bent….. Zonder dat vooraf te beseffen!

 

De Waarheid: Zijn systeem karate wordt “Full-Contact” genoemd. Er zijn in Japan uitstekende manieren ontwikkeld om het aan te leren. De beginner wordt er als het ware mee opgevoed. Eerst moet de basis worden geleerd. Een wereld bekende uitspraak van Mas. Oyama was dan ook: “To fight well, basic techniques have to be mastered”. In een écht gevecht zal je aanvaller je écht voor de volle 100% willen raken. Dan is het geen spel, geen vorm, en zeker geen stoeipartij. Dan weet je wat het is om een trap in je maag te krijgen. Als je dit nooit hebt meegemaakt, nooit de ervaring hebt gehad, is dit een grote shock als je dit overkomt. Dit is de reden waarom er “volgens de waarheid” wordt getraind.

 

Samenwerking: Als je alleen ergens voor staat, zul je het dus ook alleen moeten opknappen. Maar hoe kom je tot zoiets. Door samen te werken met anderen ben je tot veel meer in staat dan alleen. Vooral in een leerproces worden de zwakkeren als het ware “meegezogen” door de sterkeren. Zo lever je prestaties die je, als je alleen zou zijn, nooit had kunnen bereiken. Maar ook door respect te hebben voor anderen ben je beter in staat om met elkaar samen te werken. Door met elkaar en van elkaar te leren. Dit geldt niet alleen in een dojo maar ook daarbuiten. Door met anderen te hebben samengewerkt kun je als je er tóch alleen voor komt te staan, betere resultaten behalen.